Vogels

Bewonerscommissie Gein 2/4

5. Gein en ongein met buurtvogels


Het vele groen geeft deze buurt een vrij landelijk karakter. Ook de mestgeur van de boeren die aan het einde van de winter uitrijden helpt daarbij. Toch is de Gein-buurt een dichtbevolkt gebied.


En naast mensen leven er, vaak onopgemerkt, veel dieren. Dieren zijn dol op plekken met veel randen met veel overgangen tussen stenen bebouwing, en begroeiing, tussen veel soorten begroeiing, tussen open en gesloten landschappen, tussen water en land. Daar vind je vaak, vlak bij elkaaar alles wat je nodig hebt om te overleven: voedsel, schuilplaatsen, mogelijkheden voor holen of nesten, kansen om soortgenoten te ontmoeten waarmee je kunt paren. Wie oplet kan

zo allerlei medebuurtbewoners ontdekken: konijnen, hazen, egels, kikkers, padden, snoeken en allerlei andere vissorten in het water, wezels, verschillende soorten muizen, waterratten, zelfs wel eens een ree in de wei, vlinders, libellen, fraaie torren, sluipwespen, hommels en bijen. En vooral vogels, heel veel vogels leven er in en rond de Gein-buurten. Let maar eens op als je door de buurt loopt, het is veel moeilijker om in en rond Gein geen dan wel vogels te zien.


Overal vliegen, zwemmen, hippen of zitten ze: in het groen in de tuinen en in de bomen langs de straat, in en rond de sloten en grachtjes,  in het struikgewas langs de metrodijk. Vanzelfsprekend in de grotere stukken groen rond onze buurt: bij  de oevers en op het water van de Gaasperplas, in de droge en natte delen van de Gaasperzoom en in het open landschap bij de Hoge Dijk. Maar ook scharrelend tusen de wagentjes bij het winkelcentrum, onder de metroviaducten, pikkend tussen het vuilnis van de vuilinzamelplekken of in openstaande containers. Zie je ze niet, dan hoor je ze wel.Tsjilpend, fluitend, krassend,

klokkend, piepend, schreeuwend, roepend, lispelend, krijsend, gierend of hun eigen naam roepend.

 

Wie z 'n ogen en oren openhoudt kan in en rond onze buurt een flink aantal van de in Nederland voorkomende vogelsoorten waarnemen, zelfs hele zeldzame en bijzondere!! Dat komt door de afwisseling en vele kansen die vogels in deze omgeving krijgen.


Gewone soorten zijn bijvoorbeeld: Kool en Pimpelmees en in de winter vaak de kleine straatmees, de Merel, de Groenling, de Vink en de huismus, die voortdurend z'n naam roepend Tjiftjaf en de Fitis met een vrolijk beginnend en melancholiek eindigend roepje. Ook de koekoek roept natuurlijk z 'n eigen naam in de Gaasperzoom en de Hoge Dijk, evenals de Kieviet en de Grutto. In het riet krast de Kleine Karekiet ook al zo ongeveer z'n naam. Daar kun je in de avond soms een merkwaardig rolletje horen; dat kan dan goed de Snor of Sprinkhaanzanger zijn (maar ook de Rugstreeppad heeft een achetelijk rateltje).

 

In het water zwemmen volop Wilde Eenden, die soms wel erg wit en tam zijn. Meerkoeten, Knobbelzwanen en de steeds algemener worden de fuut en op oevers zie je soms een waterhoentje scharrelen met een rode bles op z"n kop, terwijl de Meerkoet en witte heeft.













Of er staat geduldig een reiger te wachten op een prooi: dat kunnen kikkers en visjes, maar ook muizen, mollen of regenwormen zijn. Boven het water speuren ook Kokmeeuwen naar de voedsel en vanaf het voorjaar de felle visdiefjes die je onder schel geschreeew loodrecht het water in ziet duiken om een visje te kunnen verschalken.













Wat meer bijzondere vogels zijn de Torenvalk, die  je als een "'vliegertje" kunt zien bidden boven het open veld speurend naar prooi, of de wat statiger rondzwevende buizerd. Vanaf eind april komt ook boven Gein de Gierzwaluw weer terug, de acrobaten van de lucht die met direct herkenbaar gekrijs achter insecten aanjagen. "Gewone" zwaluwen als de huis-en boerenzwaluw en soms de oeverzwaluw zie je hier ook. Ze broeden vaak bij het Gein. Heel fraaie buurtgasten zijn de spierwitte lepelaar die je steeds vaker onverwachts op natte plekken aan de rand van de buurt kunt tegenkomen of het in een flits boven water voorbijschietende blauwe diamantje, de IJsvogel. In tuinen aan de rand van de Gaasperzoom komt door deze vogel meer specifieke aandacht voor vogelsoorten in onze buurt.













Wat kunt u doen voor de vogels?

Wie ervoor wil zorgen dat de vogels in de buurt blijven of komen, kan ze een handje helpen.

Bij kou, vooral bij ijzel en sneeuw, kun je de vogels in de tuin of op het balkon voeren. Zo' n voerplankje of huisje met zaad (zelfgemaakt)vetbollen en pindaslingers is extra aantrekkelijk omdat je de vogels dan van dichtbij kunt leren herkennen.

Vogels zoals het Roodborstje en de Merel dineren graag op de grond in de beschutting van struiken, strooi daar dus ook wat voer. Denk dan ook eens aan een rotte appel voor hen, maar haal zoveel mogelijk het overgebleven voer s'avonds weg. Anders voer je daar vrolijk minder gewenste gasten mee, zoals ratten. Stop met voeren zodra het niet meer vriest, de vogels kunnen zich dan heel goed zelf redden. Bovendien gaan de meeste vogelsoorten nu weer insecten vangen en dat is ook nodig om hun jongen te voeren! Vogels die lekker makkelijk toch hun jongen voeren met zaad, brood of koude aardappels van de voertafel, voeren hun jongen vaak letterlijk dood.


Met een nestkast breid je de woonmogelijkheden voor vogels uit. In een goede, afwisselende, omgeving met veel holle bomen en dicht struikgewas hoort dat niet nodig te zijn, maar zo ziet een stedelijke omgeving er nu eenmaal niet uit.


Tekst is geschreven door: mw. Winnie Meyer Ricard


Terug naar de vorige pagina...